Misschien heb jij ze ook, een doos vol liefdesbrieven. Ik koester ze.

De meeste mooie woorden kwamen op lichtblauwe velletjes, in een lichtblauwe omslag. De kleur van de wolken en de lucht beloofden oneindigheid. Het handschrift was een beetje priegelig. Ik voel nog hoe mijn hart oversloeg telkens ik zo’n omslag kreeg. Ik weet nog hoe vaak ik ze las, die wonderlijke zinnetjes: “Je t’adore” en “Tu me manques”.

Na al die jaren later ken ik de inhoud van de brieven, soms letterlijk, par coeur. Ook de laatste woorden: “Bonne chance”. Mijn hart brak, maar ach, dat genas weer, met elk nieuw stapeltje brieven.

Een kistje ‘Château Bouquette Bordeaux supérieur 1988’  vol liefdesbrieven, dat is mijn schatkist.

Uren was ik er zelf mee bezig, met het bedenken van even zoetgevooisde antwoorden. Ik maakte er kleine kunstwerkjes van (met enige relativering), verluchte handschriften met randdecoratie: aquarelletjes en pentekeningen verbeeldden mijn gevoelens. Ik wikte en woog en streelde in gedachten.

Niet dat vroeger alles beter was, maar dit zeker wel: de liefdesbrieven. Soms vraag ik me af hoe dat nu gaat, nu ik er zelf  geen meer krijg. Dan probeer ik me voor te stellen hoe een sms er uit ziet, vol woorden waarvan de vlinders in je buik hevig fladderend te keer gaan en je benen aanvoelen als slappe koorden. Ik zie het niet. Wat een gemis, al die liefdesbrieven die niet geschreven en gelezen worden, omdat enkele tikjes op een scherm zo veel sneller weg zijn, en zo veel sneller aankomen.

Misschien moeten we met z’n allen weer brieven gaan schrijven. Met lieve woorden, met woorden van bemoediging. Die kunnen we nu wel gebruiken. Of gewoon, met: “Laat eens iets van je horen.” of “Hoe gaat het met je?”,  waarop een weloverwogen antwoord volgt, in plaats van “goed”, “oké”. Laten we een mooi blaadje kiezen, dat hebben we nog ergens liggen, en een vulpen. Om dan ons zwierigste handschrift heruit te vinden,  kanttekeningen te maken en onze gedachten de vrijheid te geven. Ook naar de enveloppe (etymologische betekenis: ‘Wat tot inwikkelen dient’) gaat de grootste zorg: de achterflap maken we vochtig met een tongpuntje en terwijl letter voor letter de naam en het adres van de ontvanger op de voorkant verschijnen, stellen we ons zijn verwachtingsvolle gezicht voor wanneer hij zijn vinger door een bovenhoekje wurmt, zijn glimlach als hij de aanzet lees, zijn ogen die – een beetje ongeduldig – van links naar rechts over het vel bewegen, terwijl hij ontwikkelt wat ingewikkeld werd.

Eerlijk… zag je dit ooit bij een sms-bericht?

Laten we weer brieven schrijven, vol lieve woorden voor elkaar. Of gewoon, van die onbelangrijke dingen, maar toch interessant. Omdat we om elkaar geven.